Bij seksuele opwinding spelen twee gebieden in het ruggenmerg een belangrijke rol. Het ene deel bevindt zich op het niveau T11-L2, het andere op niveau S2-S4. Het hoger gelegen deel T11-L2 zorgt dat informatie vanuit de hersenen wordt omgezet in lichamelijke reacties. Deze reacties noemen we psychogene reacties. Het lager gelegen deel S2-S4 zorgt voor de zogenaamde reflexmatige reacties.
- Psychogene reacties (T11-L2) zijn gebaseerd op waarneming door de hersenen. Seksuele opwinding kan ontstaan door prikkels die door de hersenen worden waargenomen, zoals tast, zien, horen of proeven, maar ook seksuele gedachten. Deze prikkels zorgen ervoor dat ademhaling en hartslag versnellen en dat er meer bloedtoevoer is naar de geslachtsdelen. Bij vrouwen zwellen de clitoris en schaamlippen en wordt de vagina vochtig. Bij mannen ontstaat een erectie en wordt er zaad richting de prostaat getransporteerd. Voor een daadwerkelijke zaadlozing of ejaculatie is vervolgens ook het ruggenmergdeel S2-S4 nodig.
- Reflexmatige reacties (S2-S4) zijn reacties zonder tussenkomst van de hersenen. De geslachtsdelen kunnen reageren op druk of aanraking, door strelen, maar bijvoorbeeld ook tijdens het wassen of bij een volle blaas. Dan kan reflexmatig dezelfde lichamelijke reactie ontstaan als bij een psychogene reactie, dus het zwellen van de clitoris en het vochtig worden van de vagina bij de vrouw of een erectie bij de man. Het verschil is dat het meestal niet samengaat met een seksueel gevoel.
Het laag in het ruggenmerg gelegen deel S2-S4 regelt nog iets belangrijks: het laatste deel van de zaadlozing bij de man en de genitale orgasme-reacties bij man en vrouw, zoals het ritmische samentrekken van de bekkenbodemspieren. Door de terugkoppeling van deze sensaties naar de hersenen ontstaat de orgasme-beleving: die zit dus eigenlijk in je hoofd. Heb je een complete dwarslaesie, dan worden deze sensaties niet doorgegeven en ontbreekt het genitale orgasmegevoel.
Bij seksuele opwinding en een orgasme is dus sprake van een ingenieus samenspel tussen beide gebieden in het ruggenmerg. Hierdoor ervaren mensen zonder laesie seksuele opwinding als een doorlopende aaneenschakeling van acties en reacties. Een laesie verstoort dit vanzelfsprekende, vloeiende patroon. In welke mate en hoe precies het patroon is verstoord, hangt af van de hoogte van de laesie én of het gaat om een complete of incomplete dwarslaesie.